A sample text widget

Etiam pulvinar consectetur dolor sed malesuada. Ut convallis euismod dolor nec pretium. Nunc ut tristique massa.

Nam sodales mi vitae dolor ullamcorper et vulputate enim accumsan. Morbi orci magna, tincidunt vitae molestie nec, molestie at mi. Nulla nulla lorem, suscipit in posuere in, interdum non magna.

Elke club krijgt wel eens met een baankeuring te maken.
Niet iedereen zal echter precies weten hoe een baankeuring in zijn werk gaat, of aan welke eisen de accommodatie moet voldoen voor een nationale wedstrijd.

Het keuren van fietscross-banen blijft mensenwerk, evenals aanleg en onderhoud. Bij een keuring zullen kleine afwijkingen van een eis niet snel leiden tot het afkeuren van de baan.

Maar: de veiligheid bij de sport en de voortgang van de wedstrijd staan voorop. Daarom kunnen ook een groot aantal kleine ‘foutjes’ bij elkaar toch ertoe leiden dat een baan niet geschikt is voor een nationale wedstrijd.

Bij een baankeuring moet de club altijd vertegenwoordigd zijn door 1 of 2 kaderleden. Met hen worden afspraken gemaakt over eventuele aanpassingen.
Dat kan leiden tot een herkeuring of tot aanpassingen die voor de wedstrijddag gedaan moeten worden. Over die mogelijkheden lees je ook in deze brochure.

In alle gevallen is de club dus ook betrokken bij een keuring en de gevolgen daarvan.

Procedure baankeuringen:

Wie is verantwoordelijk voor de baankeuringen?

Het hoofdbestuurslid die de rol van wedstrijdcoordinator vervult. Momenteel is dat Rieks Dubbink.

Wie verricht de baankeuringen?

Officieel wijst het bestuur mensen aan die samen de baankeuringscommissie vormen. De wedstrijd-coördinator zal hierin zitting hebben, samen met een of meer uitvoerende leden.
Momenteel bestaat de baankeuringscommissie uit Rieks Dubbink en Gerry van der Kolk.

Wanneer moet een baankeuring gedaan worden?

Een baankeuring wordt uitgevoerd naar aanleiding van een geplande nationale wedstrijd. Een baankeuring met een positieve uitkomst geeft recht op een ‘keurings-bewijs’. Dit keurings-bewijs is in principe drie jaar geldig. De geldigheid komt automatisch te vervallen als er wijzigingen aan de crossbaan worden aangebracht; dit betekent dat een nieuwe baankeuring moet worden aangevraagd, in de volgende gevallen:
– aanpassen van hindernissen en/of bochten;
– vernieuwing startinstallatie en/of starthek;
– verandering van de toplaag;
– verandering van permanente belijning en/of omheining van de baan.

Wanneer wordt een baankeuring ingepland?

Een outdoor fietscross-baan waarop een nationale wedstrijd wordt gereden, moet 6 maanden voor de wedstrijd gereed zijn en aan de eisen voldoen.

Om die reden wordt eerste baankeuring gepland op een datum circa 7 maanden voor de wedstrijd. Als er zaken zijn die direct moeten worden aangepast, dan krijgt de club daar één maand voor. Een eventuele herkeuring kan dan 6 maanden voor de wedstrijd gedaan zijn.

Wat kost een baankeuring?

De eerste baankeuring die wordt uitgevoerd in verband met een geplande nationale wedstrijd, is gratis.

Verenigingen dienen ervoor te zorgen dat hun fietscross-baan ruim op tijd klaar is voor een nationale wedstrijd. Wanneer een baankeuring aanleiding geeft tot een herkeuring, kost die herkeuring geld.
Het kost ook geld als leden van de baankeuringscommissie voor niets komen (afspraak gepland en de clubvertegenwoordiger komt niet opdagen) of als de baan bij een eerste keuring in dermate slechte staat verkeerd, dat hij wordt afgekeurd.
In al deze gevallen wordt €100,00 in rekening gebracht.

Deze kosten-regeling is vastgesteld door de Federatieraad in haar vergadering in November 2007.

De eisen

De baan

Het wedstrijdcircuit dient uitgezet te worden op een grondsoort die compact van structuur is. Voldoende snelheid moet kunnen worden behaald om de wedstrijd ook voor de jongsten aantrekkelijk te laten zijn.

Outdoor wedstrijden: voor een fietscross-baan is een oppervlakte van ca. 50 x 60 meter noodzakelijk.

Indoorwedstrijden: voor een indoor-baan moet de oppervlakte minimaal 25 x 50 meter zijn.

Het circuit dient rondom afgezet te zijn, zodat niemand ‘zomaar’ op de baan terecht kan komen.

De lengte van de baan dient minimaal 250 meter te zijn.
Indoorbanen moeten minimaal 150 meter lang zijn.

Parc-fermé

Parc fermé is verplicht achter of naast de startheuvel.
Het parc-fermé moet minimaal 6 opstelrijen hebben.

Starten

Startheuvel outdoor: de startheuvel moet minimaal 1,50 meter hoog en ca 8.00 meter breed zijn.

Voor indoorbanen is er geen minimale hoogte voor de startheuvel, maar geldt wel de eis dat het achterwiel ongeveer 30 cm hoger dient te staan dan het voorwiel.

Breedte: minimaal 90 cm per startplaats (aanbevolen wordt 1 meter), plus aan beide buitenkanten 50 cm vrije ruimte (bij 6 startplaatsen dus 5,2 meter, bij 8 startplaatsen 6,8 meter)

Oppervlak startheuvel dient geasfalteerd dan wel bestraat te zijn en schuin op te lopen en wel op een dusdanige wijze, dat het achterwiel ongeveer 30 cm. hoger staat dan het voorwiel, als de renner van start gaat.

Starthek is verplicht en moet een minimale lengte hebben van ca. 6,5 meter.

Als het starthek bestaat uit een geraamte met daarin de startplaatsen, dan moet de ruimte tussen de startplaatsen degelijk gesloten zijn.

Voor nationale wedstrijden, zowel in- als outdoor, moet het starthek minimaal 50 cm hoog zijn en haaks op de starthelling staan.
Startposities dienen op de opstelzijde van het hek te worden aangebracht.
Bediening van het starthek moet door 1 persoon gebeuren. De starter geeft eveneens de commando’s. Indien van een elektronisch-magnetisch starthek gebruik wordt gemaakt, dient tevens mechanische bediening mogelijk te zijn.

Indien de constructie van het starthek niet toelaat dat op een andere soort bediening wordt overgeschakeld, dienen in ieder geval voldoende maatregelen te zijn genomen om functioneren tijdens een gehele wedstrijddag te waarborgen. Dat houdt onder andere in dat er reserve-onderdelen of reserve-materiaal aanwezig moet zijn (bv. Compressor, aggregaat, voicebox).

Startterrein minimaal 6.00 meter breed bij zes (6) startposities cq. 8.00 meter breed bij acht (8) startposities

Afstand tot de eerste bocht moet minimaal 45 meter bedragen.

Circuit

Minimale breedte bij het ingaan van de eerste bocht: ca 5 meter breed zijn. Deze breedte blijft gehandhaafd tot op het moment waarop de bocht overgaat in het volgende rechte stuk en mag dan geleidelijk worden teruggebracht tot ca. 3 meter.

Uitgaande van het maximale aantal toegestane renners aan de start nl. acht (8), dient de baan over de verdere lengte ca. 3 meter breed te zijn, met uitzondering van de (kom)bochten, die in het centrum ca 5.00 meter breed dienen te zijn .

Loodrechte afsprongen van meer dan 40 cm mogen niet voorkomen in een fietscrosscircuit.

De finishlijn dient gemarkeerd te zijn.

Achter de finishlijn dient een fuik aanwezig te zijn, met een lengte van 15 meter.

Markering wedstrijdbaan moet zodanig zijn uitgevoerd dat geen delen van de markering meer dan 20 cm boven het baanoppervlak uitsteken.

Verder moet er voor de rijders de mogelijkheid zijn om, in geval van nood, de baan te kunnen verlaten.

Obstakels, zoals palen en afzettingen, dienen zo mogelijk minimaal 2.00 meter uit de zijkant van de baan te worden geplaatst. Als dit door omstandigheden niet mogelijk is, dienen deze obstakels op een deugdelijke manier te zijn afgeschermd.

Overige eisen

Parkeergelegenheid: er moet voldoende parkeer-gelegenheid zijn in de directe nabijheid van de crossbaan.

Sanitaire voorzieningen: er moeten toiletten aanwezig zijn voor zowel Dames/meisjes als Heren/jongens. Tijdens een wedstrijddag moeten de toiletten zoveel mogelijk worden schoongehouden.

Voor medewerkers dient een apart toilet gereserveerd te zijn (wachtrijen hebben een slechte invloed op de voortgang van de wedstrijd).

Bij gebrek aan voldoende permanent sanitair, mogen zgn. dixies gebruikt worden. Deze moeten dan wel zo geplaatst worden dat ze stabiel staan en dat ze geen overlast voor het publiek veroorzaken.

Met betrekking tot de Juryruimte: er moet voor gezorgd worden dat er de binnen-jury geen geluidsoverlast ondervind van de wedstrijd. Dat houdt onder andere in dat er geen geluidsboxen in de omgeving van de juryruimte mogen worden geplaatst.

In de jury-ruimte moeten minstens 2 wandcontactdozen (stopconcten) aanwezig zijn.

Plattegrond: baancommissarissen en EHBO-ers

Bij een wedstrijd worden baancommissarissen en EHBO-ers ingezet. Vanwege hun specifieke taak, moet goed worden nagedacht over de plaats waar zij worden ingezet.

De NFF raadt elke club aan om een plattegrond van de crossbaan te maken; zo’n tekening maakt duidelijk op welke plaatsen het handig is om een baancommissaris neer te zetten en geeft dus ook inzicht in het aantal baco’s dat nodig is. Hetzelfde geldt voor EHBO-ers.

Het is verstandig om EHBO-ers zo veel mogelijk gespreid in te zetten. Een plattegrond geeft aan waar er ruimte is om medewerkers te plaatsen (stoelen, ehbo-koffer, behandelings-ruimte) .