Secretariaat NFF

Rob Waaijenberg
Koolmeesstraat 1
7731 XK Ommen
tel.: 06 - 36 40 50 12

mail:
secretaris@fietscross.org

Statuten

NEDERLANDSE FIETSCROSS FEDERATIE

Heden, negentien oktober negentienhonderd zeven en tachtig, verschenen voor mij, mr. Johannes Hagen, kandidaat-notaris, als plaatsvervanger van mr Egbert Lodewijk van Hoogstraten, notaris ter standplaats der gemeente Geldermalsen, hierna te noemen “notaris”:

  1. Cornelis Gerhardus Salari, directeur ener vennootschap, wonende 4191 HE Geldermalsen, Van Hoogendorpstraat 5, geboren te Culemborg op vierentwintig februari negentienhonderd zeven en veertig;
  2. Gerardus van Eck, assistent-werkmeester, wonende 4191 ZK Geldermalsen, Johan van Oldenbarneveltstraat 63, geboren te Geldermalsen op één augustus negentienhonderd zeven en veertig;

De comparanten wensten over te gaan tot de oprichting van een vereniging, welke vereniging zal gaan fungeren als overkoepelende organisatie voor fietscrossverenigingen in Nederland.

Tot oprichting van de vereniging is besloten in een vergadering gehouden te Geldermalsen op tien oktober negentienhonderd zeven en tachtig, waarin het ontwerp van de statuten, zoals door mij, notaris, opgesteld door de aanwezige fietscrossverenigingen werd goedgekeurd, waarna aan de comparanten werd verzocht van de oprichting van de vereniging te doen blijken bij notariële akte. Overgaande tot vaststelling van de statuten verklaarden de comparanten dat deze zullen luiden als volgt:

NAAM, ZETEL EN DUUR

Artikel 1

  1. De vereniging draagt de naam: Nederlandse Fietscross Federatie, afgekort genaamd: NFF, hierna te noemen: “de Federatie”.
  2. De Federatie is gevestigd te Geldermalsen, en heeft voorts haar domicilie daar waar het bureau van de Federatie is gevestigd.

Artikel 2

De Federatie is opgericht op tien oktober negentienhonderd zeven en tachtig en is aangegaan voor onbepaalde tijd.

DOEL

Artikel 3

  1. De Federatie stelt zich ten doel het bevorderen van de fietscrosssport in de meest ruime zin van het woord.
  2. De Federatie tracht dit doel te bereiken door:
    1. het fungeren als overkoepelende organisatie voor de leden;
    2. het ondersteunen van rechtspersonen, die initiatieven ontplooien op het gebied van het fietscrossen;
    3. het vaststellen van regels voor het beoefenen van het fietscrossen in wedstrijdverband;
    4. het bevorderen, coördineren en organiseren van fietscrosswedstrijden;
    5. het samenwerken met binnenlandse en buitenlandse organisaties, die een gelijk doel hebben, dan wel een doel nastreven dat mede ten goede komt aan het fietscrossen;
    6. het uitgeven van geschriften, waaronder een nationale en/of regionale wedstrijdkalender, en voorts het maken van propaganda voor de fietscrosssport in woord, geschrift en daad;
    7. alle overige wettige middelen, die voor het bereiken van het doel bevorderlijk kunnen zijn.

LEDEN EN LEDEN VAN VERDIENSTE

Artikel 4

  1. De Federatie kent leden en leden van verdienste. Daarnaast kent de Federatie federatiekaarthouders, zoals omschreven in lid 4, en aspirant leden, zoals omschreven in lid 5.
  2. Leden kunnen zijn: verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid en stichtingen, die zich uitsluitend, danwel mede ten doel stellen de fietscrosssport te beoefenen en/of te bevorderen.
  3. Leden van verdienste kunnen zijn natuurlijke personen, die door het bestuur tot lid van verdienste zijn benoemd, op grond van hun bijzondere verdiensten voor de Federatie.
  4. Federatiekaart houders zijn natuurlijke personen die lid zijn van een hiervoor in sub 2 omschreven vereniging en die als lid van die vereniging een federatiekaart uitgereikt kunnen krijgen.
  5. Aspirant-leden zijn verenigingen en stichtingen als bedoeld in lid 2, die door de Federatieraad voorlopig als lid van de Federatie zijn toegelaten op de wijze als omschreven in artikel 5.

TOELATING

Artikel 5

  1. Het lidmaatschap van de Federatie dient schriftelijk aangevraagd te worden bij het hoofdbestuur van de Federatie.
  2. Indien de aanvraagster voldoet aan de voorwaarden van toelating, zoals die bij besluit van de Federatieraad zijn vastgesteld, zal het hoofdbestuur de aanvraag van het lidmaatschap ter advies zenden naar het districtsbestuur van het district, waaronder de aanvraagster ressorteert.
  3. Het hoofdbestuur, gelezen het advies van het betrokken districtsbestuur, adviseert de Federatieraad omtrent de toelating.
  4. De Federatieraad beslist over de toelating van de aanvraagster tot aspirant-lid van de Federatie. Indien de Federatieraad een negatief besluit neemt over de toelating is daarvan geen beroep mogelijk.
  5. Na verloop van één wedstrijdseizoen adviseert het hoofdbestuur, gehoord het betrokken districtsbestuur, opnieuw aan de Federatieraad, waarna de Federatieraad beslist over de toelating tot lid van de Federatie. Van deze beslissing is wederom geen beroep mogelijk.

RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN

Artikel 6

  1. Leden van de Federatie hebben het recht gebruik te maken van de faciliteiten van de Federatie.
  2. Leden van de Federatie zijn verplicht:
    1. alle financiële verplichtingen jegens de Federatie, vastgelegd in reglementen, dan wel in besluiten van de Federatieraad, na te komen;
    2. om elk van haar leden volgens de voorwaarden van de Federatie in het bezit te stellen van een geldige Federatiekaart.

EINDE LIDMAATSCHAP LEDEN

Artikel 7

  1. Het lidmaatschap van de leden eindigt:
    1. doordat de rechtspersoon heeft opgehouden te bestaan;
    2. door opzegging van de kant van het lid;
    3. door opzegging van de kant van de Federatie;
    4. door ontzetting.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de Federatie kan slechts schriftelijk geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar met inachtneming van een opzeggingstermijn van een maand.

    Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  3. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip na de datum waartegen was opgezegd.
  4. Opzegging door de Federatie kan geschieden, wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten, reglementen en Federatieraadsbesluiten gesteld, wanneer het haar verplichtingen jegens de Federatie niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de Federatie niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
  5. Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de Federatie handelt, of de Federatie op onredelijke wijze benadeelt.
  6. Opzegging namens de Federatie en ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt schriftelijk door het hoofdbestuur krachtens een met twee/derde meerderheid van de stemmen genomen besluit.
  7. Van het besluit tot opzegging van het lidmaatschap van de Federatie op grond van het feit dat redelijkerwijs van de Federatie niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren, en van het besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap, staat het betrokken lid binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van een besluit beroep open op de Federatieraad. Het betrokken lid wordt zo spoedig mogelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar eindigt blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.

EINDE LIDMAATSCHAP LEDEN VAN VERDIENSTE

Artikel 8

Het lidmaatschap leden van verdienste eindigt:

  1. door overlijden;
  2. door schriftelijke opzegging van de zijde van het lid van verdienste;
  3. door ontzetting krachtens besluit van de Federatieraad met tenminste twee/derde meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen genomen.

JAARLIJKSE BIJDRAGEN EN ANDERE GELDMIDDELEN

Artikel 9

  1. Ieder lid betaald een jaarlijks door de Federatieraad vast te stellen bedrag aan contributie.
  2. De geldmiddelen van de Federatie bestaan naast de contributies verder uit:
    1. schenkingen, legaten en erfstellingen;
    2. afdrachten van leden in verband met het organiseren van fietscrosswedstrijden;
    3. subsidies;
    4. waarborgsommen vast te stellen door de Federatieraad;
    5. alle overige baten in inkomsten.

HOOFDBESTUUR

Artikel 10

  1. Het bestuur, in deze statuten te noemen: het hoofdbestuur, bestaat uit een oneven aantal van tenminste zeven en ten hoogste elf natuurlijke personen, die door de Federatieraad worden benoemd.
  2. Ook niet-leden van de federatie en personen die geen lid of bestuurslid zijn van een lid van de federatie kunnen tot hoofdbestuurslid worden benoemd.
  3. Hoofdbestuursleden mogen geen bloed- of aanverwanten tot in de tweede graad van elkaar zijn. Bij het ontstaan van aanverwantschap treedt één hunner onmiddellijk af.
  4. De benoeming van hoofdbestuursleden geschied uit één of meer bindende voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 5 van dit artikel. Tot het opmaken van zulk een voordracht is het hoofdbestuur bevoegd. De voordracht van het hoofdbestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld.

    Ieder stemgerechtigd lid is gerechtigd, bij schriftelijke mededeling gericht aan het hoofdbestuur, kandidaten aan te bevelen voor een functie in het hoofdbestuur.

    In de mededeling als hiervoor bedoeld dient de volledige personalia van een kandidaat te worden medegedeeld.
  5. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Federatieraad, genomen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van het aantal stemmen dat door de stemgerechtigden gezamenlijk kan worden uitgebracht vertegenwoordigd is.
  6. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de Federatieraad overeenkomstig het voorgaande lid aan de opgemaakte voordracht het bindend karakter te ontnemen, dan is de Federatieraad vrij in de benoeming.
  7. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten.

HOOFDBESTUURSFUNCTIES EN BESLUITVORMING VAN HET HOOFDBESTUUR

Artikel 10a

  1. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie benoemd; binnen het hoofdbestuur zal voor de werkzaamheden van de overige hoofdbestuursleden een nadere taakomschrijving worden vastgesteld, met dien verstande, dat de overige hoofdbestuursleden niet in functie worden benoemd.
  2. De voorzitter, secretaris en penningmeester vormen het dagelijks bestuur van de Federatie.

    Bij een gecombineerde functie van secretaris en penningmeester dient een ander hoofdbestuurslid het dagelijks bestuur te completeren.
  3. Het hoofdbestuur is bevoegd om natuurlijke personen/niet-leden van het hoofdbestuur (aspirant-hoofdbestuursleden) zijn vergaderingen te laten bijwonen en om deze aspirant-hoofdbestuursleden onder verantwoordelijkheid van het hoofdbestuur besluiten van het hoofdbestuur te laten uitvoeren.
  4. Ieder hoofdbestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Een aspirant-hoofdbestuurslid heeft geen stemrecht.

    Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP, PERIODIEK LIDMAATSCHAP, SCHORSING

Artikel 11

  1. De leden van het hoofdbestuur hebben zitting voor een periode van twee jaren, met dien verstande, dat het ene jaar de voorzitter, de tweede secretaris, de penningmeester en de helft van de overige bestuursleden zullen aftreden en het volgende jaar de vice-voorzitter, de secretaris en de andere -in het voorafgaande jaar niet afgetreden- bestuursleden.
  2. De aftredende bestuursleden zijn terstond herkiesbaar.
  3. Het hoofdbestuur voorziet in een tussentijds ontstane vacature, zo mogelijk binnen zes weken. Het op deze wijze benoemde bestuurslid neemt op het rooster van aftreden de plaats in van zijn voorganger. Tijdens de eerstvolgende federatieraadsvergadering dient zijn benoeming alsnog bevestigd te worden voor het volgend jaar, onverminderd het bepaalde in artikel 10 lid 4.
  4. Elk bestuurslid, ook wanneer het voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de Federatieraad worden geschorst of ontslagen.

    Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
  5. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door:
    1. bedanken;
    2. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
    3. door overlijden.

BESTUURSTAKEN EN VERTEGENWOORDIGING

Artikel 12

  1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het hoofdbestuur belast met het besturen van de Federatie.
  2. Het hoofdbestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies, die door het hoofdbestuur worden benoemd.
  3. Het hoofdbestuur is, mits met goedkeuring van de Federatieraad, bevoegd tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de Federatie zich als hoofdelijk medeschuldenaar of als borg verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor de schuld van een derde verbindt.
  4. Het hoofdbestuur behoeft tevens de goedkeuring van de Federatieraad voor besluiten tot:
    1. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik genot verkrijgen of geven van onroerende goederen;
    2. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de Federatie een bankkrediet wordt verleend;
    3. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de Federatie verleend bankkrediet;
    4. het aangaan van dadingen;
    5. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitsluiting van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden.

    Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door of tegen derden geen beroep worden gedaan.

  5. Onverminderd het in lid 3 van dit artikel bepaalde wordt de Federatie in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en de secretaris tezamen. Bij ontstentenis of belet van één hunner wordt deze vervangen door het derde lid van het dagelijks bestuur.

DISTRICTEN, DISTRICTSBESTUUR

Artikel 13

  1. De Federatie kent districten, waarvan de namen en de grenzen worden vastgesteld door de Federatieraad.
  2. De leden van het district zijn de verenigingen die binnen de grenzen van het district hun statutaire zetel hebben.
  3. Elk district heeft een eigen districtsbestuur, bestaande uit een oneven aantal van tenminste drie natuurlijk personen.
  4. De districtsbestuursleden worden door de districtsvergadering voor een periode van drie jaren benoemd uit de leden of de bestuursleden van de tot dat district behorende verenigingen of stichtingen.
  5. Voor de benoeming van de districtsbestuursleden kunnen door het districtsbestuur kandidaten worden gesteld.
  6. Elk districtsbestuurslid, ook wanneer het voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de districtsvergadering worden geschorst of ontslagen.

    Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.

  7. Het lidmaatschap van het districtsbestuur eindigt voorts:
    1. door het beëindigen van het lidmaatschap van de vereniging of stichting;
    2. door bedanken;
    3. door periodiek aftreden;
    4. doordat de vereniging of stichting waarvan het bestuurslid lid/bestuurslid is, gaat behoren tot een ander district.
  8. Voor het functioneren van het district zal door de Federatieraad een reglement worden opgesteld, het zo te noemen districtsreglement, waarin de wijze van werken van het district zal worden vastgelegd.

JAARVERSLAG, REKENING EN VERANTWOORDING, BEGROTING

Artikel 14

  1. Het verengingsjaar of boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar en loopt van één januari tot en met éénendertig december.
  2. Het dagelijks bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Federatie zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend, waartoe onder leiding van de penningmeester een financiële administratie wordt gevoerd.
  3. Het dagelijks bestuur is verplicht ervoor zorg te dragen, dat de uitgaven van de Federatie de goedgekeurde begroting niet overschrijden, tenzij daarvoor een dekking gevonden wordt.
  4. De begroting wordt de Federatieraad ter goedkeuring aangeboden op de Federatieraadsvergadering welke aan het begrotingsjaar vooraf gaat.
  5. De Federatie kent een financiële commissie, die de financiële verantwoording van het hoofdbestuur controleert. De leden van de financiële commissie worden door de Federatieraad voor een periode van twee achtereenvolgende verenigingsjaren benoemd uit de leden en/of bestuursleden van de tot de Federatie behorende verenigingen.

    De verdere taakomschrijving van de financiële commissie wordt vastgelegd in een reglement, hetwelk door de Federatieraad zal worden vastgesteld.
  6. Indien er aan het einde van een verenigingsjaar een nadelig saldo blijkt te zijn, dient de Federatieraad een regeling vast te stellen tot dekking van dit tekort.

FEDERATIERAAD

Artikel 15

  1. Het hoogste bestuursorgaan van de Federatie is de algemene vergadering, in deze statuten te noemen “de Federatieraad”.
  2. Aan de Federatieraad komen in de Federatie alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
  3. Jaarlijks wordt tenminste tweemaal een Federatieraadsvergadering gehouden, de eerste binnen drie maanden na afloop van het verenigingsjaar, bij voorkeur in de maand februari, en de tweede in november.

    De data van de Federatieraadsvergaderingen worden vastgesteld door het hoofdbestuur.
  4. Andere Federatieraadsvergaderingen worden gehouden zo dikwijls het hoofdbestuur dit wenselijk oordeelt.

    Voorts is het hoofdbestuur verplicht op schriftelijk verzoek van leden die tenminste één tiende gedeelte van het totaal aantal uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, de Federatieraad bijeen te roepen op een termijn van niet langer dan vier weken. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg is gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan overeenkomstig artikel 17.

AGENDA, TOEGANG EN STEMRECHT

Artikel 16

1.1. In de Federatieraadsvergadering van februari komen in ieder geval aan de orde:

  1. het jaarverslag van de secretaris;
  2. voorstellen van het hoofdbestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping van de vergadering;
  3. het jaarverslag van de penningmeester en de rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 14 met het verslag van de financiële commissie, over het voorafgaande verenigingsjaar.

1.2. In de Federatieraadsvergadering van november komt in ieder geval de voorziening in vacatures in hoofdbestuur, financiële commissie en overige commissies aan de orde.

1.3. Goedkeuring door de Federatieraad van het jaarverslag van de secretaris en de penningmeester en van de rekening en verantwoording van het financiële beleid strekt het hoofdbestuur tot decharge.

2. Toegang tot de Federatieraadsvergadering hebben van de aspirant-leden en de leden elk twee gemachtigden en daarnaast de leden van verdienste, de hoofdbestuursleden en districtsbestuursleden, alsmede de vertegenwoordigers van commissies.

Geen toegang hebben geschorste bestuursleden en geschorste leden.

3. Over toelating van andere dan de in lid 2 bedoelde personen beslist de Federatieraad.

4.1. Ieder lid van de Federatie, dat niet is geschorst, heeft stemrecht.

4.2. Het aantal door een lid uit te brengen stemmen wordt jaarlijks op één januari vastgesteld aan de hand van het aantal door dat lid in het voorafgaande jaar uitgegeven federatiekaarten, met dien verstande, dat de uitgifte van:

nul tot en met vijfentwintig federatiekaarten recht geeft op één stem;

zesentwintig tot en met vijftig federatiekaarten recht geeft op twee stemmen;

één en vijftig tot en met honderd federatiekaarten recht geeft op drie stemmen;

één honderd één en meer federatiekaarten recht geeft op vier stemmen.

4.3. Stichtingen behoeven geen federatiekaarten af te nemen, maar zij betalen een door de Federatieraad vast te stellen verhoogde contributie en hebben één stem.

5.1. Een lid kan zijn stemmen door één van de gemachtigden -daartoe schriftelijk gemachtigd- doen uitbrengen op de Federatieraadsvergadering.

5.2. Een gemachtigde kan ter vergadering hoogstens voor twee leden als lasthebber stemmen uitbrengen.

5.3. Een districtsbestuurslid kan ter vergadering met geldige machtigingen voor alle leden van zijn district stemmen uitbrengen.

BIJEENROEPING FEDERATIERAAD

Artikel 17

  1. De Federatieraad wordt bijeengeroepen door de secretaris van de Federatie. De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van het secretariaat van de leden en de districten, aan de secretarissen van de door de Federatieraad benoemde commissies en rechtstreeks aan de ereleden en leden van verdienste, en wel tenminste drie weken van tevoren met opgave van datum, plaats en tijd van de vergadering.
  2. Bij de bijeenroeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 26.

VOORZITTERSCHAP, NOTULEN

Artikel 18

  1. 1. De Federatieraadsvergaderingen worden geleid door de voorzitter van de Federatie of diens plaatsvervanger.
  2. 2. Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de Federatieraad daarin zelf.
  3. 3. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon notulen gemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden ondertekend.

    Zij die de vergaderingen bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken.
  4. 4. De inhoud van de notulen of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht en op de volgende Federatieraadsvergadering door de Federatieraad vastgesteld.

BESLUITVORMING FEDERATIERAAD

Artikel 19

  1. 1. Nadat de beraadslagingen tweeledig zijn gehouden, worden deze gesloten verklaard en gaat de vergadering tot stemming over. Tot hoofdelijke stemming wordt besloten indien dit wordt verzocht, of de voorzitter zulks wenselijk acht.
  2. 2. In de Federatieraadsvergaderingen wordt over zaken mondeling, over personen schriftelijk gestemd, tenzij de Federatieraad anders beslist.
  3. 3. Behoudens gevallen waarin de statuten anders bepalen, wordt besloten met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

STEMMING

Artikel 20

  1. Na sluiting van de beraadslagingen gaat de vergadering tot stemming over indien een lid zulks vraagt.

    Vraagt geen der leden stemming, dan wordt de Federatieraad geacht met algemene stemmen overeenkomstig het in behandeling zijnde voorstel te hebben besloten. Ieder lid heeft evenwel het recht in de notulen te doen aantekenen, dat hij zich niet kan verenigen met het betreffende besluit.
  2. Bij de stemming over sub-amendementen en amendementen wordt begonnen met het sub-amendement dat de verste strekking heeft. In geval van twijfel beslist de voorzitter.
  3. Ieder lid heeft het recht vóór de stemming het woord te voeren over het in stemming te brengen voorstel.
  4. Bij staking van de stemmen wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

Artikel 21

De gemachtigden, die namens de leden de presentielijst getekend hebben, zijn bevoegd aan de stemming deel te nemen. Zij zijn verplicht hun stemmen uit te brengen met de woorden “voor” of “tegen” zonder enige bijvoeging, terwijl alle tekenen van goed- of afkeuring van de zijde van de overige aanwezigen verboden zijn.

Artikel 22

  1. Wanneer een benoeming, voordracht of aanbeveling van personen moet plaatsvinden, benoemt de voorzitter twee leden tot stemopnemer. De stemopnemers onderzoeken of het aantal stembriefjes overeenstemt met het aantal uit te brengen stemmen van de aanwezige leden.
  2. Ieder ter vergadering aanwezig lid is verplicht bij elke schriftelijke stemming zoveel briefjes in te leveren als dit lid gerechtigd is stemmen uit te brengen.
  3. De briefjes worden daarna aan de voorzitter ter hand gesteld.
  4. Ieder briefje wordt door de voorzitter geopend. De voorzitter leest de inhoud voor. Het wordt door één van de stemopnemers nagezien en door de andere stemopnemer en de secretaris opgetekend.
  5. Niet of niet behoorlijk ingevulde stembriefjes worden ter bepaling van de meerderheid afgetrokken van het aantal uit te brengen stemmen van de aanwezige leden.
  6. In geval van twijfel over de inhoud van een briefje beslissen de voorzitter en de stemopnemers over de inhoud.
  7. De vergadering kan vorderen dat het briefje wordt getoond.
  8. De briefjes van de afgelopen stemming worden dadelijk door de voorzitter verzameld en onmiddellijk in de vergadering vernietigd, tenzij één van de leden protest heeft aangetekend tegen de stemming.

Artikel 23

  1. Er hebben zoveel stemmingen plaats, als er personen te benoemen zijn, voor te dragen zijn of aan te bevelen zijn, tenzij de vergadering op voorstel van de voorzitter beslist, dat meerdere personen tegelijk op één briefje worden gekozen.
  2. Wanneer niemand bij de eerste stemming over personen de gewone meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tussen stemming overgegaan.
  3. Bij de tussen stemming wordt uitgemaakt over welke twee personen de tussen stemming zal lopen.
  4. Indien bij deze tussen stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.

REGLEMENTEN

Artikel 24

  1. De Federatieraad kan in een huishoudelijk reglement nadere regels vastleggen met betrekking tot de interne organisatie van de Federatie.
  2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, noch met deze statuten.
  3. Voor zover het hoofdbestuur, dan wel leden die gezamenlijk tenminste één/derde gedeelte van het totaal aantal uit te brengen stemmen vertegenwoordigen, zulks nodig acht(ten), zullen bijzondere betrekkingen of samenwerking van de Federatie met andere organisaties, daaronder buitenlandse mede begrepen, worden geregeld in afzonderlijk daartoe vast te stellen reglementen.

STATUTENWIJZIGING

Artikel 25

  1. In de statuten van de Federatie kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de Federatieraad genomen in een vergadering, waartoe wordt opgeroepen middels een convocatie, waarop de statutenwijziging als agendapunt wordt vermeld, behoudens het bepaalde in lid 4.
  2. Zij, die de oproeping tot de Federatieraadsvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten minstens vijf weken vóór de vergadering aan alle leden een afschrift van dit voorstel, waarin de voorgedragen wijziging is opgenomen, toesturen.

    Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld op het Bondsbureau ter inzage gelegd.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin leden vertegenwoordigd zijn, die gezamenlijk tenminste twee/derde gedeelte van het totaal aantal uit te brengen stemmen vertegenwoordigen.
  4. Is niet dit quorum vertegenwoordigd of aanwezig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder hoofdbestuurslid bevoegd, mits met machtiging van de Federatieraad.

    Deze bevoegdheid behelst dan tevens de verplichting tot inschrijving van de statutenwijziging bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken, waaronder de vestigingsplaats van de Federatie ressorteert.

ONTBINDING

Artikel 26

    1. De Federatie kan worden ontbonden in de gevallen genoemd in artikel 50 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

    2. Indien de ontbinding van de Federatie geschiedt op grond van een besluit van de Federatieraad is het hierna bepaalde van toepassing.

    3. Een vergadering waarin een dergelijk besluit zal worden genomen, dient tenminste twee maanden tevoren en overigens op de wijze als vermeld in artikel 17 te worden bijeengeroepen.

    4. Het besluit tot ontbinding van de Federatie dient te worden genomen op de wijze als vermeld in artikel 26.

    5. Indien bij zodanig besluit geen nadere regeling is getroffen, geschiedt de vereffening door het hoofdbestuur. Na de ontbinding wordt de Federatie geacht voort te bestaan voorzover dit voor de vereffening van het vermogen nodig is.

    6. Een eventueel batig saldo zal ten goede komen aan de leden, in overleg met de subsidiënten.

    7. Dit artikel kan niet worden gewijzigd zolang een voorstel tot ontbinding aanhangig is.

SLOTBEPALING

Artikel 27

In alle gevallen waarin deze statuten en/of het huishoudelijk reglement niet voorzien, beslist het hoofdbestuur.

Voor de tenuitvoerlegging dezer akte wordt domicilie gekozen ten kantore van de bewaarder deze minuutakte.